|
Recensie
uit de Barneveldse Courant
van maandag 17 mei 2004
Mannenkoor
De Schaffelaar geeft
“puik concert”
De
Schaffelaar is van diverse markten thuis

BARNEVELD
- Interkerkelijk streekmannenkoor De Schaffelaar gaf vrijdagavond
een 'puik concert' in de Bethelkerk aan de Groen van
Prinstererlaan.
Of liever: er was zelfs sprake van twee prima concerten,
want het programma voor de pauze was van een heel andere signatuur
dan het programma na de pauze.
Dat
De Schaffelaar van diverse markten thuis is, heeft het koor al
vele malen bewezen, maar dit keer werd in de veelheid van
muziekstijlen het bewijs geleverd dat men
blijkbaar moeiteloos
zowel moeilijke stukken als luchtige vlotte muziekwerken
uitstekend ten gehore kan brengen.
Het
tijdstip van het voorjaarsconcert was kennelijk wat ongelukkig
gekozen, want niet alleen ontbrak bij de deelnemende koorleden een
aantal door vakantie of anderszins, ook de publieke belangstelling
was om dezelfde reden wat minder dan men had mogen verwachten.
Desalniettemin konden de aanwezige toehoorders genieten van
een optreden dat mede door deelname van diverse begeleidende en
zelfstandig musicerende zijn weerga nauwelijks kende.
Die
deelname betrof in de eerste plaats de uit Wijk bij Duurstede
afkomstige sopraan Marti Broer, wiens heldere stemgeluid vooral in
de hoge registers goed tot haar recht kwam.
In de wat lagere registers was het volume wel eens wat te
klein.
Dit lag echter meer aan het feit dat het koor met zijn
stemgeweld haar bijdrage enigszins overstemde, dan dat ze zelf
tekorten vertoonde.
Verder
was Elly Meyer op piano en orgel weer als vanouds in de
begeleiding van het koor.
Zij heeft intussen al zo vaak met het koor en zijn leider
Fokko Bennen samengewerkt dat ze de bedoelingen van Bennen
feilloos aanvoelt.
Last
but not least was er de medewerking van het saxofoonkwartet van de
muziekschool.
Het kwartet speelde een fraai intro van een door Marti
Broer gezongen nummer van George Gershwin.
Ook het slotstuk, met een strak gespeelde bewerking van An
American in Paris van diezelfde componist, was een prestatie van
de eerste orde.
Elly Meyer oogstte met een solo uit Lieder ohne Worte, het
Andante con moto no. 19 van Felix Mendelssohn Bartholdy terecht
een groot applaus.
Datzelfde gold voor Marti Broer in het bekende Somewhere
over the Rainbow van Arlen.
Verder
verdiende het hele koor alle lof voor diverse vaak bijzondere
uitvoeringen van enkele tientallen werken en werkjes.
Begonnen werd met een drietal geestelijke liederen.
Het bekende Heer ik hoor van rijke zegen van Bode werd
gevolgd door een tweetal ingetogen werkjes waarin de spanning door
de goed uitgevoerde pianissimo gedeelten een prima lading had.
In het tweede gedeelte van de koorwerken liet De
Schaffelaar horen ook zwaardere werken uit de muziekliteratuur te
beheersen, want de drie delen uit de Messe in B van joseph Gabriel
Rheinberger kan men rustig tot de geavanceerde muziekwerken uit de
laatste helft van de negentiende eeuw rekenen.
Het beheerst gezongen Kyrie werd gevolgd door een zacht
begonnen Sanctus dat uitmondde in een sneller en forte gezongen
Osanna in Excelsis.
Het laatste stuk, het Agnus Dei, was wel het beste deel met
zijn afwisselingen in sterkte dat uiteindelijk resulteerde in een
uitbundig dona nobis pacem (geef ons vrede).Voor de pauze werd het
muziekstuk Le Vent (de Wind) van Guignard met gevoel gebracht,
waarna besloten werd met Festgesang an die Kunstler van
Mendelssohn, waarbij het koor zich bekwaam door de moeilijke
passages heensloeg.
Het
werk Zitti, zitti, moviamo a vendetta, slotkoor uit de eerste akte
van de opera Rigoletto van Giuseppe Verdi is een oproep tot wraak,
dat in zijn uiterste staccato, die wraak sterk accentueert. De
Schaffelaar bleek ook hierin bekwaam.
De bewerking van Fokko Bennen van de bekende song van Ray
Connifs Harmony leverde samen met Marti Broer een luisterrijk
nummer op.
In een drietal spirituals liet het koor weer een ander
facet van haar kunnen horen.
Het
opgewekte Let us break bread together on our knees in een
bewerking van Bennen werd gevolgd door een gedragen Deep River
waarna besloten werd met een swingend nummer, Ride the Chariot,
met de eigen bas Henk van Hernen in een solo.
Voor de eigenlijke uitsmijter zong het mannenkoor samen met
Marti Broer nog een drietal bekende songs. Love changes everything
van Lloyd Webber, Summertime van Gershwin en Somewhere van Leonard
Bernstein (alle drie in een bewerking van Bennen) waren stuk voor
stuk pareltjes in het collier van deze avond.
Besloten werd met een ontroerende bewerking van wat eens de
topsong was van Vera Lynn als ze haar optreden voor de
strijdkrachten besloot, We will meet again.
|